maandag 30 oktober 2017

Als er zich meer dan één ernstige aandoening gelijktijdig voordoet ...

Als er zich langzaam, vrijwel ongemerkt, meer dan één ernstige aandoening gelijktijdig voordoet, heb je brute pech als patiënt. Voor de huisarts ben je een grote zorg, een moeilijk “geval”, een misleidende puzzel. Er moet een sterke vertrouwensband zijn tussen arts en patiënt of de relatie overleeft het complexe probleem niet… Gelukkig komen deze situaties niet al te frequent voor, maar toch…

Meneer V.D.B. vroeg op een maandagochtend een dringend consult aan. Het is te zeggen: zijn vrouw belde me. Hij lag stilletjes en bleek op de zetel en had net overgegeven. “Het was zijn maag weer“, zei hij. “Hij had gisteren een zwaar diner gehad tijdens een familiefeest. Het was hem niet goed bekomen!” In het verleden had hij al een maagzweer gehad en “hij herkende de pijn”, zo vertelde hij. De laatste maanden had hij veel stress gehad en was hierdoor ook nog herbegonnen met roken. Redenen genoeg dus om een herval van zijn maagproblematiek uit te lokken.

Bij onderzoek was zijn epigastrium (midden van bovenbuik) zo gevoelig, dat ik zelfs een maagperforatie mogelijk achtte. Des te meer omdat hij begon te zweten en neiging had tot syncope (flauwvallen), misschien door een maagbloeding? Het was duidelijk niet verantwoord om zomaar blindelings zware maagzuurremmers op te starten. Hij moest spoedig opgenomen worden want daarenboven begon bij mij een lichtje te branden dat zijn klachten mogelijks alléén of mede van cardiale oorsprong konden zijn.

Een week later kwam hij terug uit het ziekenhuis met het verdict. De artsen hadden inderdaad een groot, bloedend maagulcus ontdekt maar eveneens een verstopping in één van de coronairen, vermoedelijk reeds chronisch aanwezig. De combinatie van angor (angina pectoris) en maaglijden hadden hem zo ellendig gemaakt. Nu kreeg hij een hoge dosis van een PPI derivaat voor zijn maag, een cholesterolverlager, een minimale dosis omkapselde aspirine, een dieet, een rookverbod én de boodschap dat binnen een aantal weken een ingreep zou moeten gebeuren om de hartarterie open te maken via de lies. Hiervoor moest zijn bloed te sterk verdund worden en dit zou op het huidige moment te gevaarlijk zijn gezien zijn ernstig maagletsel.

De man was enigszins opgelucht dat de oorzaken van zijn ongemak waren gedetecteerd nog voor er een ergere catastrofe, bijvoorbeeld een infarct, was gebeurd. Nog geen week later echter, kreeg ik opnieuw een paniekerige oproep van zijn vrouw, dat haar man opnieuw een “crisis” deed en “dat het nog veel erger was dan de vorige keer! Dat kon toch niet! Hij was nu toch in behandeling,” zei ze. Er klonk angst, boosheid en wantrouwen door mekaar in haar stem. Ik haastte me ernaartoe en zag opnieuw een grauwe, doodzieke man met hevige pijn hoog in zijn buik. Hij had al gebraakt en kon het niet meer houden van de pijn. Deze keer was zijn abdomen nochtans niet echt gevoelig. Het eigenaardige was dat de pijn deze ook meer naar de rug uitstraalde. Alleszins aarzelde ik niet om hem stante pede terug te sturen naar het ziekenhuis.
 
“Was zijn maagzweer toch gesprongen? Deed hij toch een infarct? Of …was er nog meer aan de hand?” Ergens leek zijn ziektebeeld nu op dat van een niersteen. Maar dit kon toch niet waar zijn!? Jawel : Meneer V.D.B. bleek een ingeklemde niersteen te hebben in zijn linker ureter! Dat had niemand kunnen voorzien of voorkomen. Het was wel ontstellende vaststelling maar voor mijn patiënt met zijn drie kwalen kwam het gelukkig goed.

zondag 24 september 2017

Af en toe, een zeldzame keer wenste ik dat ik geen dokter was!


Toen, die keer met Eef.

Ze was een jonge vrouw met twee kinderen. Eén van vijf en één van twee jaar. Ze had gemerkt dat ze niet goed zag uit haar rechteroog en had de laatste tijd regelmatig eens hoofdpijn. Dat had ze aan vermoeidheid geweten. Toch was er iets dat haar ongerust maakte en naar de raadpleging dreef.


Het was meteen duidelijk dat een verder onderzoek was aangewezen maar ik kon het niet laten al zelf een paar klinische en neurologische testen te doen. De éénzijdige aantasting van een zintuig wekte mijn bezorgdheid. Hart, longen en bloeddruk waren normaal.
Bij het lichtjes drukken op de oogbollen kloeg ze van pijn aan de rechterkant. En bij het uitvoeren van de evenwichtstesten constateerde ik ook een asymmetrische reactie.
         
Was er echt meer aan de hand of sloeg mijn vijfde zintuig op hol? Het is als arts nodig om alle mogelijke pathologieën te kennen. Automatisch passeren ze de revue in je brein, maar het is evenzeer nodig met de voeten op de grond te blijven.
Ik stuurde haar door voor bijkomende onderzoeken: een bloedanalyse, consultatie bij ophtalmoloog en neuroloog. Deze laatste liet een NMR maken. En daar viel het verdikt : een astrocitoom. Een uitgebreide, vertakte, kwaadaardige hersentumor.
 
Voor mij was deze vrouw op voorhand al gedoemd om te sterven. Was ik maar geen dokter! Dan had ik haar gedrevenheid om te vechten meer kunnen aanmoedigen.


Na een periode van wanhoop en ongeloof in de prognostiek die haar was verteld, kreeg ze een boost van energie en strijdvaardigheid. "Zij zou niet opgeven! Ze zou alle therapieën doorlopen die haar voorgesteld werden: operaties, radiotherapie...tot nieuwe experimentele medicatie." Ze had er alles voor over...

maandag 21 augustus 2017

Eens dokter, altijd (en overal) dokter

Eens je het label “dokter” hebt gekregen (bekomen hebt na hard labeur), blijf je dokter tot ter dood. Het is zoals mama of papa worden. Je krijgt eigenlijk “levenslang”. En dat leidt soms tot vreemde, verrassende, soms hartverscheurende situaties…

Zo gebeurde het dat tijdens de plechtigheid van het vormsel van onze dochter in de parochiekerk, waar de bisschop speciaal voor aanwezig was, plots haar vriendinnetje van de trede viel aan het altaar. Ze was onwel geworden door een combinatie van stress, lang rechtstaan en de muffe lucht in de kerk door de wierook.
Ze had een sneetje opgelopen ter hoogte van het voorhoofd en op de kortste tijd liep het bloed van haar voorhoofd over haar neus, kin en tot overmaat van ramp over haar mooie, witte pij.
Het wondje op zich was niet zo erg , maar dat witte kleed!!!
De traantjes mengden zich al snel met het bloed en maakten het nog zieliger.

Het werd een jobje voor ons. 
In de sacristie van de kerk achteraan werd snel een tafel ingericht als mini-ziekenbed. Onze urgentie-trousse stak in die tijd meestal in de koffer van de wagen en in het geïmproviseerde “operatiekwartier” heb ik het meisje “opgelapt”. Het sneetje kon met een paar draadjes onder de haargrens gehecht worden en haar kleed werd zo goed als mogelijk proper gedept. Ze kon net op tijd nog de zegen krijgen van de bisschop!

Ik vergeet ook nooit het concert in het college van onze zoon.
Het koor deed zijn jaarlijkse optreden. Er gebeurde iets gelijkaardig. De atmosfeer was ook zeer vergelijkend. Drukte, warmte, stress voor de kinderen. Alle ingrediënten voor een syncope. En ja: ééntje ging tegen de vloer.
 “Is er een dokter in de zaal?”
Met vier stonden we recht. Hier ontsnapte ik per “ongeluk” aan de opdracht , want één van de artsen zat veel dichter bij het slachtoffer dan ik en heeft zich over de jongen ontfermd in de coulissen van de zaal.

Het meest indrukwekkende incident overkwam ons aan zee op vakantie. Een kindje was blijkbaar uit zijn buggy losgeraakt en de grote baan overgelopen. Hij had zijn papa aan de overkant zien staan… De kleine werd meegesleurd door een wagen en was ongelooflijk ernstig verwond. Men kwam ons halen om de ouders naar het ziekenhuis te begeleiden. De uitzichtloze reanimatie werd stopgezet. Het was hartverscheurend. Het kindje is overleden. We voelden ons mee betrokken. Een vreselijk dramatische gebeurtenis.

Recent nog zat ik met mijn echtgenoot op het vliegtuig naar een vakantiebestemming. Het was heel warm en plots riep een airhostess: “Is er een dokter aanwezig?” We veerden samen recht. Dit moest ons ooit overkomen!
Vooraan in het vliegtuig was iemand ziek geworden. De man zag er bleek en grauw uit, was zweterig en moeilijk aanspreekbaar. Hoe ernstig was het? We waren eigenlijk geen actief arts meer, hadden geen enkel instrument bij ons. 
Alle passagiers waren gealarmeerd en op een wip stond de gang vol benieuwde mensen. Iedereen was bekommerd, wou meer weten, kijken, helpen… Het was snel duidelijk dat het ging om een syncope bij een vrij jonge persoon, die voortgaande op het verhaal van zijn vrouw, nog veel gegeten had kort voor het opstijgen, gemakkelijk wagenziek werd en al eerder syncopaal geworden was bij indigestie. Toch was dit banale incident veel indrukwekkender dan op de begane grond, thuis of in het cabinet. In deze gesloten ruimte was het voor de patiënt niet makkelijk. Hij kon met moeite plat gelegd worden om te herstellen. De benauwende atmosfeer kon niet verbeterd worden ondanks de airco. Zijn echtgenote was al bij het begin angstig en paniekerig aan het huilen. Voor ons was het ook niet niks. Bijna honderd procent zeker dat die man een indigestie deed met BD daling, maar een mini percentage kans bestaat altijd dat er cardiaal lijden onder zit. Wat als dit hier het geval was? Moesten we het vliegtuig doen landen omwille van die zeer kleine kans? Wie zou voor de kosten opdraaien indien zou blijken dat het niet nodig was? Maar wat als later zou blijken dat er toch een onderliggende ernstige medische oorzaak lag aan zijn onwel worden?
Zo ben je nooit gerust. 


 

woensdag 12 juli 2017

In memoriam: mijn geliefde beroep...

Ik ben al vijf jaar op pensioen en toch…
Dit weekend las ik in de krant een vernietigend, pijnlijk artikel, geschreven door een professor pediatrie: over “wie en hoe” de zorg van het kleine kind, de peuter, de baby volgens hem moest gebeuren.

De tekst was een steek in mijn hart als gedreven huisarts, een dolksteek in de rug van al de professoren opleiders en een schandalige uitlating over al die huisdokters, die dag in dag uit, ‘s nachts en in de weekends, hun uiterste best doen om kinderen juist en vlug op te vangen en te behandelen.

“ De huisarts zou niet bekwaam zijn om kleine kinderen te behandelen… Alleen de pediater zou dat kunnen. Het zou zelfs gevaarlijk zijn met je kind naar een huisarts te stappen als het ziek was! De huisarts werd vergeleken met een Peugeot waar de pediater een BMW was…. Die betaalde je dan wat duurder maar je had ook kwaliteit!”

Ik geloofde mijn ogen niet. Deze nonsens werd in de pers rondgestrooid, zonder enig gefundeerde wetenschappelijke basis! De zoveelste schampere en vernederende opmerking vanuit de specialistische wereld over het kunnen van de huisartsen.

Maar het is eigenlijk al jaren bezig. “De huisarts deugt al jaren niet meer voor de verzorging van het kleine kind.”
Vaccinaties worden door Kind en gezin georganiseerd… Lees: werk van de huisarts afgenomen!
In de week kan iedereen vrij naar de kinderarts stappen, op afspraak weliswaar, want specialisten verplaatsen zich niet aan huis… Terloops: Wij huisartsen kregen een klacht als we niet stante pede aan huis renden voor een kind met 39 graden koorts!
Maar de trend was gezet: Langzaam maar zeker gingen meer en meer mensen met hun kinderen onmiddellijk naar de specialist. Deze zag meer en meer banale infecties: oorontstekingen, griepjes enz. Zo ontstonden er langzaam aan pediaters die de speciale kinder- ziektebeelden even weinig zagen als de huisartsen: gevaarlijk dus!

Een lachwekkend fenomeen was ook dat de weekendwachten van ons, huisartsen, overspoeld werden met ernstig zieke kinderen. Daar waar we in de week niet goed genoeg voor werden geacht, moesten we in het weekend maar zien op te lossen. Lees: specialisten deden de routineraadplegingen in de week en wij zagen ernstig ziek kinderen in het weekend. Dit is nu wel karikaturaal overdreven, maar toch…

Het erge is dat ik zo kan verder gaan.
Gynaecologen claimen de PAP testen en de zwangerschapsopvolging. NKO-artsen halen proppen uit de gehoorgang, dermatologen beoordelen in twee minuten een eczeem of een acne. Volgens cardiologen moet je onmiddellijk de Mug bellen bij pijn in de borst en geen kostbare tijd verliezen door eerst een huisarts op te roepen. Diabetologen beweren dat huisartsen niet bevoegd zijn insuline op te starten en diabetes patiënten op te volgen en de apothekers doen kleine consultaties in hun officina en en en …

Wat blijft er over van mijn geliefd beroep? Papieren invullen? Dossiers bijwerken? Ziektebriefjes schrijven voor zover het nog nodig is? Inspringen voor de vergeten, belangrijke groep patiënten die nog door niemand is opgeëist : de psychische zieken, de bejaarden…?

Daar zal straks ten andere wel een geriater voor aangesteld worden als de andere gegeerde specialisaties overbevolkt geraken.

Ik sakker…ik treur...

woensdag 21 juni 2017

Om naar spoed te gaan, moet je ... tijd hebben

Toen mijn vader ernstig ziek werd, belandde ik met hem op de spoed. Het was een hele ervaring. Buiten het feit dat ik erg bezorgd was om de gezondheidstoestand van mijn papa, werd ik op dat ogenblik zelf geconfronteerd met wat patiënten me al herhaaldelijk hadden verteld: “Spoed is geen spoed meer, dokter!” Die dag stond ik mee aan de zijde van de patiënt, voor het loket van de spoeddienst… aan te schuiven! 

Met verbazing zag en hoorde ik alles gebeuren en besefte plots beter het werkingsmechanisme van de spoeddienst en de overbezetting van de raadplegingen bij specialisten.

Er stonden vrij veel “zieken” die uit eigen houtje naar de urgentiedienst waren gekomen omwille van een of andere kwaal, waarvan ze dachten dat de huisarts er toch geen raad mee zou weten en hen toch naar de urgentiedienst zou sturen. Tussen hen stonden patiënten die door hun huisarts persoonlijk verwezen waren, omdat zij binnen een normale termijn geen afspraak hadden kunnen bekomen bij de specialist die hun huisarts nodig achtte

Wat mijn vader betreft: Ik volgde hem reeds jaren op voor zijn bloeddruk, maar in se was hij een gezonde man. Tot de dag dat mijn moeder in paniek belde met het bericht dat hij van zijn stoel was gevallen, zomaar, terwijl hij aan het eten was aan tafel. Hij was er zich nadien niet van bewust, hoe hij op de grond was terecht gekomen. Verder mankeerde hij niets. Een black-out, zou je zeggen. Voor mij was dit een alarmteken, zeer waarschijnlijk had hij een TIA gedaan, een trans-ischemisch attack, of nog beter uitgelegd een kortstondige obstructie van de doorbloeding van een deeltje van de hersenen.

Dit is een ernstige reden voor verder nazicht: op zoek naar de oorzaak? Een behandeling? Wat met de toekomst?

Ik reed dus met hem naar de spoedafdeling van een naburig ziekenhuis. Aan de balie stonden, zoals gezegd, verschillende mensen te wachten. Papa liet ik intussen zitten in de “wachtzaal van de spoed” terwijl ik braaf de "file "deed aan het loket:
  • Voor mij stond een dame met een 10-jarig jongetje. Dat vernam ik toevallig want hoewel hij de geaccidenteerde was, vertelde hij levendig over zijn verjaardagsfeestje, waar zijn vriendje hem per ongeluk had omvergelopen aan het springkasteel. De jongen had een onooglijk klein wondje ter hoogte van zijn knie en ik had ongelooflijk veel zin om hem bij mij te nemen en zelf te verzorgen .
  • De persoon voor hem was intussen aan de secretaresse aan het uitleggen dat hij zeer veel jeuk had in zijn rechter oor en dat hij vermoedelijk terug(!) een oorstop had. Die moest er zeker vandaag(zondag) nog uit, want hij kon het niet meer uithouden! Nog zo'n geval, echt voor de spoedafdeling!!
Ik stond daar als huisarts compleet gefrustreerd. Mijn vader had een ernstige incident doorgemaakt, mogelijks zelfs levensbedreigend. Hij moest zijn beurt afwachten en al deze prullaria laten voorgaan!

Het was overduidelijk: Als je echt iets ernstigs hebt, laat je je beter door de ziekenwagen naar het ziekenhuis brengen, dan is het meteen jouw beurt. Gek toch, de zogenaamde “urgentiedienst” in deze tijd. De wachtzalen zitten er vol en je wacht dikwijls enkele uren.

Tweede besluit: Je bent sneller bediend bij de huisarts
Door iedereen zonder gerichte doorverwijzing vanuit de eerstelijnsgezondheidszorg toegang te geven tot de specialisten en de spoed, is een overrompeling van al die diensten op gang gekomen, waar de serieus zieke personen dreigen onder te lijden. Ook overconsumptie is op die manier in de hand gewerkt.

Als een patiënt op één of andere dienst en afspraak wil boeken is de wachttijd soms eindeloos. Wat ben je met een afspraak drie maanden later als je huiduitslag hebt of een oogontsteking of een ergere kwaal? Als je zegt dat het dringend is verwijst men je naar de spoed. Zo geraakt die dan weer overbelast met matig dringende zaken. 

Ben je op spoed geweest en daar onderzocht, zorgt men ervoor dat je sowieso een controle-afspraak krijgt bij de specialist van de aandoening waarvoor je kwam. Zo is het cirkeltje rond. Een continu overbelaste spoed en een continu volgeboekte raadpleging.

Als huisarts moest ik soms echt ingrijpen en zelf de telefoon nemen om voor mijn patiënt te pleiten en tijdig de juiste specialist te pakken te krijgen. Twee keer ben ik uit de bol gegaan aan de telefoon. 
  • Toen meneer X. plots een zeer slechte bloedname had en zwaar in nierinsufficiëntie ging, kreeg hij pas twee maanden later een afspraak want "alles was volgeboekt". Ik moest de nefroloog aan de lijn vragen. Blijkbaar vond die toch een gaatje om hem te ontvangen diezelfde dag.
  • En toen Mejuffrouw Y met haar open gips een consultatie aanvroeg om een vernieuwing van haar plaaster te krijgen, zou ze de volgende maand pas kunnen gezien worden! Ik was verplicht een beetje te dreigen met “de directie aan te spreken” om voor haar een snel consult te bekomen. Maar het kwam plots in orde.
Voor mijn vader trok ik ook mijn stoute schoenen aan en gelukkig is hij doeltreffend behandeld geweest.

Zou er nu echt geen beter systeem bestaan om het ernstige van het onschuldige te selecteren zodanig dat ieder naargelang zijn ziekte op redelijke termijn de juiste dokter kon zien?

vrijdag 19 mei 2017

Ik was niet fier op mezelf. Ik wist niet wat er misliep bij deze patiënte…

De telefoon rinkelde in de verte. Neen! Het was naast mijn bed! Ik was nog zo diep in slaap dat ik mij pas na een vijftal keer bellen realiseerde dat ik het was die moest opnemen. Mijn arm tintelde en met wat onhandige gebaren en na het omgooien van de wekker, hoorde ik:"Dokter, kan je onmiddellijk komen? Mijn dochter is echt niet goed. Ze kan met moeite ademen en heeft vreselijke buikpijn."


Nu was ik helemaal wakker, schoot vlug in mijn kleren, liep de trap af, raapte mijn stethoscoop, mijn bloeddrukmeter, mijn papieren, (die klaar lagen op het bureau om morgen de raadpleging te starten), mijn ampullen, enfin, alle nodige spullen bij mekaar, en haastte me in de wagen.

De combinatie ademnood en buikpijn riep bij mij niet meteen een mogelijke diagnose voor de geest. De paar keren dat ik deze klachten bij mekaar had horen vermelden, was bij kleine kinderen met een pneumonie. Het was me nooit helemaal duidelijk geworden of de buikpijn in die gevallen de vertaling was van " ik voel me rot" zoals dikwijls bij kleine kinderen het geval was, of een gevolg van abnormale oppervlakkige ademhaling en zuurstoftekort, door de pneumonie?! Ik vermoed een beetje van beide.

In ieder geval, hier ging het om een meisje van 16 jaar, dus geen klein kind meer, de oudste in een welstellend gezin, zeer rebels en tegendraads, had haar moeder me reeds verteld. Daar kon ik enig begrip voor tonen, want sinds een paar jaar was bij haar door de pediater jeugddiabetes vastgesteld en stond ze op insuline. Een ernstige diagnose met een veeleisende therapie en discipline: niet makkelijk voor een adolescent!

Toen ik bij het meisje aankwam, zat ze rechtop in bed. Liggen was moeilijk, zei ze, omwille van het ademen en zitten deed pijn aan haar buik. Ze voelde zich ellendig. Bij auscultatie hoorde ik niets abnormaals, geen inspirator noch expiratoir piepen, geen gelokaliseerde reutel. Haar buik was volkomen soepel. Ik stond enigszins voor een raadsel. Haar bloedsuiker was aan de hoge kant maar niet om onmiddellijk te paniekeren. Wat was hier aan de hand?

Even dacht ik dat ze aan het hyperventileren was? En zou ze misschien zwanger zijn en het niet aan haar mama durven te vertellen? Beide klachten zouden op die manier wel een uitleg gekregen hebben? Snel had ik door dat deze veronderstellingen louter speculatie waren en niet medisch gegrond. Ten andere, de patiënte zelf bleef stellig deze hypothese ontkennen. Ik mocht niet aarzelen. Er zat niet anders op dan snel het kind naar het ziekenhuis te verwijzen zonder vermoeden van de juiste diagnose. Dit overkwam me niet dikwijls, al zeg ik het zelf. Meestal kon ik al een richtinggevende diagnose meegeven. Ik was gefrustreerd.

Later vergaf ik het mezelf, als ik vernam dat ze " een metabole acidose" had, een moeilijke diagnose, maar een ernstige, mogelijks levensbedreigende complicatie van haar suikerziekte. Gelukkig was ze tijdig in het ziekenhuis en is het goed is afgelopen.

dinsdag 18 april 2017

Als je als jonge arts getuige bent van een ongeval op straat

Als jonge, beginnende arts was ik getuige van een ongeval op de weg. Het was mijn deontologische plicht iedereen in nood ter hulp te komen. Een man lag op grond naast zijn moto en een wagen was scheef ernaast tot stilstand gekomen. De autobestuurder zat geknield naast de man. Ik parkeerde mijn wagen snel aan de kant en liep naar de bewegingsloze figuur op de grond.

Het moest pas gebeurd zijn. Er was nog geen GSM en het eerste naburige huis stond op honderd meter. De gekwetste persoon was bewusteloos en de bestuurder van de wagen probeerde hem op te tillen. Hij zei dat hij hem naar het ziekenhuis wilde voeren… Ik vertelde hem dat ik dokter was en dat dit geen goed idee was, dat hij beter naar het huis kon rennen om hulp in te roepen en intussen de voorlopige bewaking van de gekwetste aan mij overliet. Dat we hem zeker zomaar niet mochten verplaatsen.

Zijn blik sprak boekdelen. "Met wat bemoeide ik mij?" Zo'n jonge vrouw ging hem de les eens spellen?" Er was geen zeggen aan. Dat was duidelijk! Nodeloze tijd verliep. Uit nieuwsgierigheid had zich intussen een groepje mensen rond ons verzameld. En gelukkig was één van hen de hulpdiensten gaan oproepen. De nachtmerrie was over. Dacht ik. Ik hoorde al de toeters van de verlossende ziekenwagen.

En daar stopte de politiewagen met zijn zwaailichten en iedereen maakte plaats. De betrokken bestuurder en ikzelf bleven zitten bij het slachtoffer.
"Van wie is die wagen daar?", was de eerste vraag van de politieman, wijzend naar mijn auto.
"Van mij", zei ik. "Ik ben dok...."
"Weet u dat u de weg belemmert zo?"

Dit was er voor mij teveel aan. Met mijn beetje resterende kalmte legde ik uit dat het ongeval mij ernstig had geleken.
Dat ik niet de tijd had genomen om zorgvuldig na te gaan of mijn voertuig wel volgens het boekje geparkeerd stond.
Dat ik de vitale parameters bij de gekwetste de hele tijd had in het oog gehouden.
En dat ik onmiddellijk zou vertrekken als de professionele hulpverleners ter plekke waren.
Het scheelde geen haar of ik kreeg een boete.

Geen leuke ervaring dus. Veel kan je als huisarts meestal niet doen in zulke situatie, bij een ongeval op de openbare weg. Vooral beletten dat er geen domme dingen gebeuren in die eerste minuten na een accident. En toch: een zeldzame keer kan een levensreddende actie, zoals de ademhalingswegen vrijmaken of een bloeding stelpen bepalend zijn voor de afloop van het ongeval en de toekomst van het slachtoffer.