woensdag 16 november 2016

Als de angst voor medische behandelingen fataal wordt ...

Ik kon de slaap niet vatten. Het verhaal van Mira bleef door mijn hoofd spoken...

Het was lang geleden dat ik haar nog gezien had. Nu kwam ze voor een griepvaccin en vroeg een kleine algemene controle. In zo'n geval  nam  ik uiteraard  de bloeddruk maar luisterde ik ook naar hart en longen. Ze tilde haar blouse op en maakte haar BH los. Was het door de lichtinval of door de hoek waarin ik stond en haar bekeek?


Alleszins was er een welving boven de linker tepel die onmiddellijk mijn aandacht trok. De huid was er ook niet helemaal normaal. In medisch jargon noemen we het een appelsienenhuid. Zo kan je het je werkelijk voorstellen: een oneffen huid met mini-putjes, over een kleine zone. Bij haar: in het midden boven de linkertepel.
Ik wist meteen wat het betekende! Ik zei er iets over en betastte de regio. De knobbel voelde hard aan en was niet verschuifbaar. Geen goed teken!

Mira was een vrouw van middelbare leeftijd, de betere middenklasse, helemaal niet preuts en zeker niet ongeletterd. Haar man was een bedrijfsleider en dikwijls in het buitenland. Ze moest toch al gehoord hebben van preventief borstonderzoek? Ze moest de knobbel zeker gemerkt hebben! Ik dacht dat ze geregeld naar de gynaecoloog ging? Zo had ze me toch vroeger gezegd, toen ik haar voor het eerst had ingeschreven in de praktijk.
Deze klinische vaststelling verbaasde me dus geweldig. Maar nadat ik haar mijn bevindingen en mijn vermoeden van mogelijke( in mijn hoofd zekere) kwaadaardige borsttumor had meegedeeld, stond ik verbijsterd te luisteren naar haar antwoord.

"Ze wist van het gezwel, maar ze wou wel eens weten wat ik erover dacht. De gynaecoloog had het haar effectief  verteld een paar maanden geleden. Ze had Mira een operatie voorgesteld: een gedeeltelijke of volledige mammectomie (borstamputatie) al naargelang de biopties tijdens de ingreep. Ze had verteld dat er nadien radiotherapie zou volgen en hormonenpillen voor lange tijd."
Mira had er zelfs niet met haar man over gepraat maar voor zichzelf beslist dat ze deze behandelingen veel te agressief vond. Met zo een verminkt lichaam zou ze niet kunnen verschijnen voor haar man. Ze zou maanden kaal zijn door de behandeling. Ook dit zou ze niet aankunnen. Ze was dus naar een natuurdokter in het buitenland gestapt en kreeg een hele boel voedingssupplementen, anti-oxydans en een dieet voorgeschreven. Ze had er zeer veel geld voor neergeteld...
Als dat geen charlatanerie was!!

Voor mij was het een shock.
Met al mijn overredingskracht heb ik haar naar haar gynaecoloog teruggestuurd. En haar gezegd dat ze de "spullen" van de natuurdokter gerust mocht nemen , maar zeker de klassieke geneeskunde niet volledig laten vallen. Dat ze in vertrouwen met de gynaecoloog moest overleggen, al haar bezwaren en angsten voorleggen om met hem samen de meest doeltreffende maar minimaal ingrijpende behandeling uit te dokteren.
Jammer genoeg heb ik Mira niet veel later moeten begeleiden op haar sterfbed. Ze had blijkbaar al metastasen (uitzaaiingen). Een spontane fractuur in de nek is haar dood geworden. Zo een triest verhaal ...

Intussen realiseerde ik me, piekerend in het donker, dat wat wij als artsen soms voorstellen aan patiënten (zware ingrepen , risicovolle onderzoeken ....)  sommige patiënten  niet aan kunnen. Ze gaan op zoek  naar alternatieve oplossingen voor hun kwalen: pijnloze gemakkelijke behandelingen, voorgeschreven door charlatans, troostende woorden van veelbelovende waarzeggers, een bedevaart, gebeden tot een God waarin ze al lang niet meer geloofden ...

Ik MOEST ten alle prijs proberen te voorkomen dat patiënten in al hun angst en hopeloosheid toevlucht zouden nemen tot zinloze acties, dure remedies of gevaarlijke "hulpverleners".

dinsdag 18 oktober 2016

Patiënt (huisbe)zoek!

Het regende pijpenstelen en het was al bijna donker buiten. Niet bepaald een ideaal moment om naar een uithoek van ons gebied te rijden. Maar het had ernstig geklonken aan de telefoon. "Luister eens naar hoe mijn dochter ademt, dokter! Zo had de man gevraagd. Hij had de hoorn kort bij de patiënt gehouden en ik had een zeer spastische en moeizame ademhaling gehoord. "Kunt u zo vlug mogelijk komen, alstublieft? Ik was meteen in de auto gesprongen.

Het was niet zo makkelijk het juiste huis te vinden. Door de beperkte straatverlichting kon ik de nummering op de huizen erg moeilijk lezen vanuit de wagen. Ik had geluk, ik kon net voor de woning parkeren. Ik stond voor een bescheiden rijhuis, dat er wat vervallen uitzag. Bij het aanbellen kwam mij vanachter de voordeur luid geblaf tegemoet. Een hond sprong wild tegen de voordeur aan in de gang. Ik wachtte even maar er volgden geen voetstappen. Niemand kwam opendoen. Ik belde nogmaals aan. Opnieuw hetzelfde scenario. Geen mens te bespeuren. Doorheen het gat van de brievenbus zag ik de hond op en af lopen in de gang.

Wat nu? Een kwartier verliep. Ik begaf me terug naar mijn wagen. Ik besloot een briefje te schrijven dat ik op die datum, dat uur, aan de deur geweest was en stopte het in de bus. Ik wilde zeker niet het risico lopen dat men me van nalatigheid kon beschuldigen. Maar ik voelde me er allesbehalve gerust in, het had ernstig geklonken. Dit had ik nog nooit meegemaakt: een dringende oproep, en de patiënt is niet thuis!
Ik wilde net vertrekken toen ik in mijn achteruitkijkspiegel een wagen zag naderen en afremmen. Daar was blijkbaar mijn patiënt!
Een man stapte uit en zijn dochter, toch al een volwassen meisje, volgde hem. Ze liepen naar binnen en gebaarden naar mij: "kom maar!, alsof er niets aan de hand was, de normaalste zaak van de wereld dat de dokter van wacht, in urgentie opgeroepen, aan hun deur stond te wachten... 


Enigszins verbaasd, en toch wel ongelovig dat de man zich blijkbaar niet bewust was van de tijdverspilling en stress die hij mij had berokkend, startte ik mijn onderzoek. Het meisje bleek te lijden aan een ernstige spastische bronchitis, maar weliswaar geenszins in die mate dat haar vader dringend een dokter hoefde te mobiliseren zonder duidelijke uitleg. Een paar ventolin inhalaties brachten al snel soelaas. Het regelmatig inhaleren van langwerkende middelen en een kuur antibiotica zou zeker haar acuut probleem oplossen.

Maar daarnaast kreeg ze samen met haar papa nog een preek over stoppen met roken. Ik voelde me zelf al half vergast door de doordringende muffe sigarettenlucht die in de woonkamer hing. Hier werd duchtig nicotine gebruikt, dat was aan alles te zien en te ruiken. Met mijn gezondheidspreek kon ik stiekem mijn opgekropte ergernis wat kwijt.

 

zaterdag 3 september 2016

Terug naar school!

Woensdag was de dag van de bijscholingen. Gelukkig vonden we dit beiden plezierig, het was voor ons een avondje uit! We regelden een babysit en hoopten dat de raadpleging niet te lang zou uitlopen. De kinderen vonden het ook plezant; van de jonge babysitters mochten ze altijd fijn wat langer opblijven.

 

Voor ons was het de gelegenheid een praatje te maken met de collega's over de heersende kwaaltjes en epidemieën, de ergernissen over de politieke beslissingen betreffende ons beroep of andere spectaculaire verhalen. Maar het was vooral een kans om iets bij te leren of op zijn minst bevestigd te worden in wat we aan het doen waren. Want er verandert constant wel iets in de medische denkwijze. Dan moet je hormonen voorschrijven in de menopauze en een paar jaar later is het volledig uit den boze en ben je verouderd als je het nog doet. Dan moet je absoluut antibiotica geven en een paar jaar later is het doodzonde als je het voor dezelfde diagnose nog doet. Enzovoort, enzoverder. 

Soms werden we weggeroepen uit de vergadering voor een dringende oproep. In die jaren ging het nog zo, dat de babysit naar de zaal belde waar wij ons bevonden om de oproep door te geven. Later hadden we een bieper mee, die ons verwittigde dat er thuis een oproep was binnengekomen en we naar huis moesten bellen. En pas nog een aantal jaren later hadden we een GSM mee waarop de mensen ons rechtstreeks konden bereiken.
Een heel rustige uiteenzetting was het dus nooit, want gezien het aantal aanwezige dokters was er altijd wel iemand die opgeroepen werd!

Het moet gezegd worden dat steeds dezelfde artsen de lessen volgden. Anderen zag je nooit op de bijscholing. Lazen die veel of wisten die het allemaal al? In ieder geval, wij vonden het meestal leerrijk en leuk om nog eens ex cathedra een les bij te wonen, zeker als het een prof uit Leuven was, onze roots!
Het was merkwaardig en bewonderenswaardig hoe zeer oude collega's hun best deden bij te blijven door die woensdagavonden bij te wonen. Ze hoorden soms niet meer zo goed, maar ze waren present! Sommige hebben dit volgehouden tot ze hoogbejaard waren. Zo oud waarschijnlijk als het merendeel van hun patiënten zelf vermoed ik...
“Kan je op die leeftijd nog alle moderne medicatie kennen, van alle moderne methodes op de hoogte zijn?”
“Zijn je handen niet te bibberig en zijn je zintuigen nog goed genoeg?”
“Ben je wel nog voldoende alert en functioneert je geheugen nog ten volle?”
Het waren toch bedenkingen en angsten die bij me opkwamen, ondanks de achting en respect dat ik voor hen had.

In die jaren kwam het bericht dat het RIZIV ons doen en laten ging controleren en becommentariëren. Ineens zaten we niet enkel af en toe nog op de schoolbanken, we zouden ook rapporten krijgen! Er kwamen verslagen over ons voorschrijfgedrag en alles zou in cijfers en grafieken uitgedrukt worden en vergeleken met de collega’s… Hoeveel kinesitherapie je voorschreef per jaar, bijvoorbeeld. Of voor hoeveel geld je gebruik maakte van radiologie en laboratoriumtesten. Hoeveel keer je antibiotica gaf aan patiënten, en welke.

Wat antibiotica betreft, waren we het zeker eens met het invoeren van meer controle. Het moet gezegd worden dat er op grote schaal teveel antibiotica werd gegeven. Toen ik jong was al slikten vele kinderen teveel antibiotica, misschien zelfs tetracyclines, met alle gevolgen van dien voor het gebit. Gelukkig werd dit overmatig gebruik ook in de pers aangeklaagd. Laat ons hopen dat de juiste mensen bewust zijn geworden van het gevaar van resistentieontwikkeling, en daardoor ook de risico's voor de individuele mens en de volksgezondheid in het algemeen.
Maar toch gaf het een benauwend gevoel om op alles gecontroleerd en in het oog gehouden te worden. Het was indrukwekkend te constateren dat elke actie die je als arts nam, traceerbaar werd en in detail kon worden opgeroepen. Maar anderzijds was het natuurlijk de bedoeling misbruiken en excessen op te sporen en de budgetten van het ziekenfonds te sturen en te beheren.

Ik had niets te vrezen. Zolang je onder de "gemiddelde profielen" zat, was er niets aan de hand. En meestal, indien je cijfers wat afweken van het gemiddelde, was  daar ook wel een verklaring voor. Zo had ik intussen een al wat ouder patiënteel en was het logisch dat voor wat betreft bloeddrukverlagende medicatie en  cholesterolverlagers ik een beetje aan de hogere kant scoorde. Jonge artsen met een zeer jong publiek hadden waarschijnlijk wat meer antibioticagebruik nodig.
Eén keer was er een algemeen overzicht gestuurd van alle medicatie die ik had voorgeschreven op een jaar en daar zat een enorme piek tussen, die ver het gemiddelde overschreed: ik had namelijk een patiënt met een zeer uitzonderlijke aandoening die enorme hoeveelheden ADH nodig had. Dat was een zeer duur medicijn, maar het was volledig verantwoord en zelfs levensreddend voor haar. De patiënte in kwestie had namelijk een volledige insufficiëntie van haar hypofyse en haar volledige hormonale evenwicht moest kunstmatig aangevuld worden: cortisone, thyroxine, insuline en A(anti) D(iuretisch) H(ormoon).
 
Vanaf het moment dat de rapporten werden ingevoerd, ontvingen we dus regelmatig dikke pakken brieven met gedetailleerde statistische berekeningen en grafieken. Ergens gaf het ook een leuk en bevestigend gevoel te zien dat we in het middenveld lagen ten opzichte van collega's. Er waren zelfs schetsen bij, waarin je geprofileerd werd ten opzichte van de kleine groep artsen van je wachtgebied. De bedoeling was dat deze resultaten dan onder mekaar in de groep zouden besproken worden tijdens een van de intussen verplichte gespreksgroepen.
Want waar bijscholing eerst op eigen initiatief was, was intussen een heel systeem “uitgedokterd” om elke arts naar verplichte lessen te krijgen. Voor mij en mijn echtgenoot was dit zoals gezegd geen straf, maar ergens werd je als arts toch weer een beetje beknot in je vrijheid. We moesten een aantal ”punten” behalen per jaar om onze erkenning als volwaardig huisarts te behouden, en inhoudelijk moest je ook een barema halen; een percentage van de lessen moest over louter wetenschappelijke materie gaan en een ander over deontologische problematiek. En paperassen waren er ook genoeg: telkens we een bijscholing gevolgd hadden, moesten we een stempeltje vragen aan de lokale verantwoordelijke van onze kring.

Op het eind van het jaar werden we gevraagd speciale formulieren in te vullen en om de 5 jaar moest alles naar het RIZIV worden opgestuurd. Terug naar school!
Voor sommigen was het dan bang afwachten of de quota wel gehaald waren, want af en toe werd een les door omstandigheden niet aanvaard. Als het dan op enkele punten aankwam, riskeerde je je erkenning kwijt te spelen met alle gevolgen van dien voor de terugbetaling van je patiënten! Gebuisd, dus...

zondag 21 augustus 2016

(Ziekte)verlof

"Ik had het wel gedacht! zo zei Steven, nadat ik een kwartier met hem had gediscussieerd. Boos verliet hij het cabinet. Het was maandagochtend en voor de zoveelste keer had hij zich "ziek aangediend.


Voor mij was de maat vol. Ik had hem verwittigd: hij kreeg geen ziektebriefje meer als de zaak zich zou herhalen. Hij was namelijk elke maandag “ziek". Dat is te zeggen: in het weekend ging hij zwaar uit om het ’s maandags te bekopen met een stevige kater. Zijn baas had mij al gecontacteerd omdat hij die afwezigheden zeer bedenkelijk vond. Zonder hem over de juiste toedracht in te lichten, begreep ik de man volkomen! Ik had al veel speeksel verbruikt om Steven tot een ander gedrag aan te manen en hem verteld dat ik die afwezigheden niet langer kon en wou dekken. Ik benadrukte dat hij zijn baan dreigde kwijt te spelen, en dat hij verantwoord moest leven en zorgen dat hij de eerste weekdag paraat kon staan op zijn werk! Dat hij zich desnoods moest laten begeleiden. Nu het zover was, was Steven razend op mij...

Moeilijk toch om trouwe patiënten soms tot een eerlijk inzicht te laten komen. Ik vermoed dat sommigen denken dat wij zomaar ziektebriefjes kunnen schrijven - alleen maar een handtekeningetje zetten, toch? Maar een doktersbriefje was en is in mijn ogen een bewijs van echte ziekte, geen vakantievergunning! Telkens deed ik mijn best om heel menselijk en rechtvaardig te oordelen, maar ik moest wel mijn geweten volgen en eerlijk handelen, toch? Steeds wanneer ik een briefje voor werkonbekwaamheid weigerde mee te geven, zat de kans erin dat patiënten wegbleven en bij een andere collega hun geluk beproefden. Soms met hun hele familie erbij. 

Ondanks deze instelling liet ik me zonder twijfel toch al eens in de luren leggen of werd ik voor voldongen feiten geplaatst.

"Ik heb verschrikkelijke hoofdpijn, dokter!" Bij onderzoek: weinig duidelijke signalen. Geen typische migraine. Geen tekens van hersenoverdruk. Geen bloeddrukproblemen. Maar kom, een dagje rust leek toch op zijn plaats. ééntje. Het kon stress-headache zijn? Of onderliggende gezinsproblemen? Rugpijn.... ook zo een klacht waar je soms weinig evidente klinische tekens bij terugvindt! Op te lossen met wat rust? En dan de occasionele patient die op de avondraadpleging opdaagt met het verhaal: "Ik heb de hele nacht en voormiddag overgegeven en diarree gehad, dokter. Nu gaat het beter, maar ik ben niet naar mijn werk kunnen gaan!" Daar sta je dan... Vooruit met dat briefje! Meestal, eens je de teleurstelling: "maar één dagje?" aan de mimiek of de reactie kon merken, wist ik al: "ik ben gefopt! Het zou me geen tweede keer overkomen. Maar zo eenvoudig is het niet.

Met de evidente straffe verhalen of rechtstreekse vragen om vakantiedagen te maskeren als ziekteverlof, had ik het niet moeilijk. Bijvoorbeeld: "Dokter, ik moet een paar dagen bij mijn dochter gaan helpen want volgende week verhuist ze. Kan je me een briefje geven om thuis te blijven? Op dergelijke flagrante voorstellen kon ik echt niet ingaan. En ik vrees dat als je als dokter één keer aan zoiets toegeeft, je voor de rest van je loopbaan constant geconfronteerd wordt met zulke vragen. Je reputatie als "gemakkelijke briefjesschrijver" zal vlug de ronde doen.

Voor echte ziektes, alle begrip. Maar omwille van een goedkoop vakantieticket, een snel zwart jobje of een geveinsde kwaal moest je niet aan mijn adres zijn. Sorry, maar noppes!

woensdag 3 augustus 2016

Over verstrooide hoofden

Het gebeurde op een donderdagochtend, na een nachtvisite. Ik was niet bepaald “fit" om de consultatie te beginnen. Met een korte douche probeerde ik mezelf nog snel wat frisheid en energie in te blazen.


Meneer Spijboek was een trouwe vroege (altijd de eerste) patiënt, telkens op de laatste donderdag van de maand. Een oude man - volgens zijn paspoort een zeventiger, maar fysisch makkelijk tien jaar ouder. Hij was weduwnaar en had al veel kwalen achter de rug. Hij liep voorovergebogen door osteoporose en zijn armen zaten vol blauwe plekken door zijn fragiele huid en de pillen die hij moest nemen. Na een korte begroeting zette hij zich neer en ontblootte routinematig zijn arm voor de maandelijkse PTT bepaling in zijn bloed. (Nu wordt dit INR genoemd: een parameter voor bloedverdunning en maatstaf voor aanpassing van bloedverdunnende medicatie.)

Hij had me tot op dat punt nauwelijks aangekeken. Gelukkig maar. Terwijl ik hem al wat ondervroeg, naar hoe hij zich voelde en hoe de voorbije maand verlopen was, begaf ik me naar de roltafel om alle benodigheden voor de bloedname te verzamelen en te prepareren: de nodige buisjes en de juiste naald op een houder vijzen, alcoholswab en pleister klaarleggen, … Ineens, tot mijn ontsteltenis, viel er een krulspeld uit mijn haar! Die was achtergebleven na een ultieme poging een beetje goed voor de dag te komen die ochtend... Tijd voor veel opsmuk en spiegelkijken kwam er sowieso nooit aan te pas en kappers zouden van honger omkomen indien ze van mijn bezoekjes moesten leven. (Kappersbeurten waren trouwens niet bepaald zinvol vermits ik dagelijks door weer en wind de baan op ging!)

Ik moest even bekomen van de verrassing maar moffelde dan snel die ouderwetse krulspeld weg, voelde of er niet nog ergens eentje verborgen stak, en probeerde verder te doen alsof er niets aan de hand was. Ineens was ik wakkerder dan ooit!

Ik nam doodserieus meneer Spijboek z’n bloed af en hij merkte niets van de gevolgen van mijn kleine “ochtendspits" voorvalletje. Ik rondde het maandelijkse klassieke onderzoek af en was hem stiekem dankbaar dat híj de eerste patient geweest was! Zelf nog wat in droommodus en in al dan niet zorgelijke gedachten verzonken - zich verder van niet veel bewust...

’s Avonds zou hij me bellen voor de uitslag van zijn bloedtest en kon ik hem voor de komende maand het schema voor zijn bloedverdunnend medicijn uitleggen. Het was een lieve mens maar ook één van mijn zorgpatienten; de ene keer stond zijn bloed te dun en riskeerde hij ergens te bloeden. De andere keer was zijn bloed te dik en dreigde een trombose van zijn hartklep. Het was zeer moeilijk een vast schema voor zijn pilletjes uit te dokteren. Vermoedelijk was hij ook af en toe verstrooid en durfde al eens iets over het hoofd te zien! Maar dan iets erg belangrijks: dat pilletje nemen...

woensdag 13 juli 2016

Een makkelijk prooi ...

Elke Pasen en Sinterklaas kreeg ik een mooi ingekleurde tekening van hem. In hoofdletters stond er telkens op geschreven: "voor dokter Leentje". Meestal stak hij er nog een pakje chocolaatjes bij. Je zou denken dat de gulle gever misschien een kind was. Maar niets was minder waar.

Freddy was de jongste in een familie van laaggeschoolde mensen, een achterkomertje. Hij was zwakbegaafd. Ondanks zijn 25 lentes had hij de intelligentie van een 10-jarige. De familie woonde aan een drukke verkeersader, waar het zeker niet gezond leven was. De dag dat zijn vader stierf aan longkanker, voor een stuk te wijten aan overmatig rookgedrag, daverde de grond onder Freddy's voeten. Hij had altijd een houvast gehad aan zijn vader. Toen een paar jaar later ook zijn moeder overleed aan buitensporig alcoholgebruik, was hij werkelijk radeloos. Hij moest even in de psychiatrie worden opgenomen en was helemaal het noorden kwijt.

Ik kwam al jaren over de vloer bij de familie en plots leek het alsof ik de enige was die hij nog kon vertrouwen. Dit hield een zeker gevaar in; een te nauwe band, een te grote afhankelijkheid dreigde zich te manifesteren. Maar dan toonden buren en verre familie zich zeer bereid zich over hem te ontfermen. Al gauw kwam ik er echter achter dat ze andere motieven hadden dan nobele weldadigheid
“Mijn tante doet boodschappen voor mij,” zo vertelde hij me op een dag, “maar ik vind dat alles zo duur is. Straks kom ik niet toe met mijn uitkering. Dat is wel vriendelijk van haar, natuurlijk.” En: “Ze zegt steeds: “Ja, het leven is duur, maar je redt het wel, Freddy.” 
Zelf bezocht ik hem regelmatig maar rekende bewust enkel het terugbetalingstarief aan.

Op een dag werd mijn wantrouwen pas echt gewekt. “Ze heeft me gevraagd om samen naar de bank te gaan,” vertelde Freddy, “ik moest alleen maar een papiertje ondertekenen zodat ze volmacht heeft op mijn rekening. Zo hoef ik haar enkel mijn boodschappenlijstje mee te geven en kan ze direct betalen!” 
Wat bleek? De toegewijde tante deed inkopen voor zichzelf en voor Freddy en betaalde alles met Freddy’s bankkaart! Per toeval kwam ik uit op de waarheid. Het misbruik was uiteindelijk redelijk snel aan het licht gekomen, maar toch kon ik niet goed begrijpen hoe het überhaupt zover kon komen. Had de bankdirecteur niet wat meer achterdocht kunnen tonen? Hij was toch Freddy's raadsman, zo had de jongen me toevertrouwd?

Mits het aanspreken van OCMW en ziekenkas, en dankzij de juiste juridische adviezen, werd Freddy stante pede onder de hoede geplaatst van een voogd. Hij kon terecht in het systeem van begeleid wonen en zijn schamele spaarcentjes werden van toen af aan beheerd door professionelen.

Gezien zijn verstandelijke vermogens en psyche, zo wees de volledige doorlichting in het ziekenhuis uit, zou hij niet te zwaar getild hebben aan de gebeurtenissen. Maar toch was mijn ontgoocheling groot. Hoe konden mensen dit doen? Hoe was het mogelijk dat men zijn medemens zo kon benadelen en in de luren leggen?

 

zaterdag 25 juni 2016

Madam Doktoor moet zelf naar de dokter ...

Het was zaterdag. De zon scheen overvloedig. De kinderen waren op kamp en wij maakten met de buren een fietstochtje in de Polders. Ik ben verre van sportief aangelegd maar fietsen op het platteland, vooral met de wind in de rug, dat is mijn ding. Dacht ik.

Onze buurman reed met mijn man voorop en zijn vrouw Lies reed naast mij, terwijl we wat kletsen. We hadden net een lekker broodje met potjesvlees achter de kiezen en de tocht was terug aangevat, met hernieuwde energie. Zover waren we nog nooit langs het kanaal gefietst. Meerdere kleine bolle bruggetjes maakten de overstap mogelijk naar de dorpen aan de overkant. 
Onze buurman, Pieter, was een spotter en een grapjas. Hij daagde me uit om met de fiets over zo'n bruggetje te rijden. De sfeer was prettig, iedereen goed gemutst, en in mijn “overmoed” nam ik zijn uitdaging aan.

Maar o wee, toen ik de eerste meters ingezet had, werd het me duidelijk dat dit geen eenvoudige fietsweg was, maar eerder een brug om te voet over te steken. Halverwege kreeg ik ineens geen beweging meer in mijn pedalen; zo stijl was de helling. Ik stond recht om mijn fiets tot stilstand te brengen en af te stappen. Maar toen liep het fout. Het gewicht van mijn fiets trok me achterwaarts naar beneden.

Echt slim! Het resultaat: een polsfractuur. En daar stonden we dan, op het verste plekje van onze tocht. Wat nu? Lies zou bij mij blijven wachten terwijl onze mannen vliegensvlug naar het appartement terugfietsten om met de wagen terug te keren. Vandaar trokken mijn man en ik huiswaarts, rechtstreeks naar de orthopedist die we goed kenden, in de hoop dat die mijn probleem snel kon fiksen.
Lies en Pieter reden per fiets terug naar het appartement - Pieter op mijn fiets, welteverstaan!

"Wat nu, met de praktijk?!” Die zorg flitste onmiddellijk door mijn hoofd! Waarschijnlijk zou ik toch een gips krijgen en maandag al aan de slag kunnen? Dat bleek al snel een al te optimistische gedachte.
Ik zal u de details van de behandeling besparen maar na de operatie keerde ik zondag terug naar huis met een open gips, dus er was geen sprake van werken! Een volledige week was ik out! En mijn man moest de boel runnen... Nadien kreeg ik een mooie roze plastieken “gips” maar daarmee was de kous nog niet af. Nog twee weken wachtte ik om aan de slag te gaan, maar daarna kon ik de baan weer op met mijn pa als chauffeur, om toch al enkele patiënten aan huis te bezoeken. Ik hervatte ook mijn raadplegingen, hopend dat er niemand kwam voor speciale ingrepen  - want die konden toch redelijk veel fysieke inspanning vergen en dat verliep niet zonder slag of stoot - of pijn! 

De controlearts die me bezocht in verband met de dagvergoeding (waarvoor we al die jaren betaalden, maar pas na een maand van konden genieten), verklaarde me gek, wanneer ze hoorde dat ik na 3 weken met een gegibste arm al weer aan de slag ging. Ik ben nochtans absoluut geen wondermens, maar een zelfstandig beroep haalt het beste uit jezelf naar boven zeker? Mijn drie baby’s hebben me ook maar telkens drie weken “rust” bezorgd na hun geboorte... Zo verliepen de dingen vroeger nu eenmaal. En baat het niet, dan schaadt het niet, denk ik maar zo: mijn grootmoeder beviel van haar achtste kind en stond de volgende ochtend al terug op het veld. En zij werd 92 jaar!