zaterdag 5 januari 2019

VRAGEN STAAT VRIJ NIET?


Wat een bizarre vragen kreeg ik soms toch? En wat een uiteenlopende gesprekken voerde ik soms met de patiënt!

Jaren terug, tijdens een wachtdienst einde december: Een mannenstem vroeg aan de telefoon ”of ik hem iets kon voorschrijven “om overmorgen te kunnen”.’Wat’ te kunnen, liet ik wijselijk in het midden, en stuurde hem naar zijn huisarts de volgende morgen. Het was in de tijd vóór viagra!
Nog geen week verder. Je houdt het niet voor mogelijk:“Dokter hebt ge niets om seksuele driften te verminderen of ik word zot! Ik heb gelezen dat ze dat aan mensen geven in tehuizen”. De persoon aan de telefoon was mij onbekend.
“Ja, dat is waar. er bestaan zulke medicijnen maar die worden aan mensen gegeven die psychisch niet normaal zijn of mentaal gestoord”
Maar ik ben ook niet normaal ,hoor!” zei hij zelf. Ik liet de man naar de consultatie komen en verwees hem na de anamnese naar de psychiater, eigenlijk opgelucht dat ik hem verder niet moest onderzoeken want hij was maar te bereid om al de lichamelijke delen die van toepassing waren te demonstreren.
Later zag ik hem nog terug op controle. Dankbaar. Hij kreeg medicatie en psychologische begeleiding. “Hij was een andere mens.Vroeger had ik schrik van mezelf” bekende hij. 

Een ander merkwaardig verzoek kwam van een dame die een huisbezoek vroeg voor haar man, een dinsdag, rond 18 uur.
“Dokter kan u aub. komen. Mijn man heeft verschrikkelijke rugpijn. 
“Zou u misschien met hem tot op de raadpleging kunnen komen?” vroeg ik. De avondconsultatie was volop bezig.
“Ho, neen, dat gaat niet “ zei ze verontwaardigd:“ Hij is nog in de tuin aan het werken, en hij zou willen dat u binnen een half uurtje hier bent dan is hij klaar.”
Wat moet je daarmee? Vermits de dame blijkbaar niet eens besefte dat graven en werken in de tuin niet zo’n goed idee was bij rugpijn, slikte ik mijn verontwaardiging door en overhaalde  haar vriendelijk maar kordaat om met de echtgenoot zelf tot bij mij te komen.
En dan: Mevrouw A.was aan de beurt. Ik kende haar goed. Ze bleef in de deuropening van het kabinet staan:“Ik kom gewoon een briefje vragen voor mijn dochter, dokter.” 
Ik nodigde haar uit te gaan zitten. Een beetje aarzelend nam ze plaats. 
“ En wat voor briefje aub?”
“ Wel, een briefje voor de school, dat ze ziek is!”
“ Ho, en waar is uw dochter? Heb je haar niet meegebracht? 7Dan kon ik haar meteen onderzoeken.”
“ Nee, nee, dat is niet nodig, het is niet erg, wat hoofdpijn en zo...
“ Ja Mevrouw, maar ik mag toch zomaar geen ziektebriefje schrijven zonder de patiënt te zien.”
Ze schuifelde wat op haar stoel: 
“Hmm, hmm, om eerlijk te zijn: Ze is op vakantie met mijn zus. Voor een keer dat ze mee mocht! Maar ze moet wel in orde zijn voor de school, ziet u!”
Uiteraard kon ik op deze vraag niet ingaan. Zo’n briefje was compleet onwettig en niet deontologisch. Maar het was niet makkelijk om de vrouw naar huis te sturen zonder het gevraagde papier, zonder haar in het harnas te jagen en zonder haar en de hele familie voor goed als patiënten te verliezen. 
En toch moest het!

zondag 4 februari 2018

Mannen zijn sterk ... of toch niet altijd?

Vandaag zat er een doodsbrief in mijn bus. Help! Het was van een patiënt. Weliswaar geen wekelijkse of zelfs maandelijkse patiënt, maar zijn vrouw zag ik wel om de twee maanden aan huis voor haar medicatie tegen bloeddruk en diabetes.

Die moest op regelmatige basis gecontroleerd worden. Zij was een vrij obese vrouw, zeer zenuwachtig en altijd bekommerd. Het waren zestigers.Telkens ik er kwam riep ze er even haar man bij en vroeg ze hem of hij zich ook niet even wou laten onderzoeken. Hij vond het steeds overbodig. Hij was een onbezorgde levensgenieter.“ Hij was gezond” zei hij. Eenmaal per jaar wou hij wel eens zijn bloed laten trekken. Ik profiteerde er dan van om hem ook eens klinisch onder de loepen te nemen. Telkens hij dan vernam dat het resultaat goed was, keek hij glunderend naar zijn echtgenote: “Zie je wel, je hoeft je zo niet druk te maken!”

Nu was hij dood!!

Ik herinnerde mij dat hij me in het voorjaar vertelde, terwijl hij me buitenliet,(!) dat hij even niet goed was geweest: twee nachten had hij overgegeven. Hij was toen op een week vijf kilo afgevallen, maar: “ Dat kwam me goed uit” zei hij. “ Ik had toch nog overgewicht van de feestdagen.” En zo was de kous weer af! Ik had hem toen nog aangemaand om zijn jaarlijks onderzoek te vervroegen en bij een volgende visite al af te spreken. Maar dat was allemaal niet nodig:“ Waarom waren die vrouwen altijd zo snel ongerust?” Bij mijn volgend bezoek was hij net afwezig. (Bewust??)

Ik was ontzet van het bericht. Versteld ook en wat teleurgesteld dat zijn vrouw mij niet eerder gecontacteerd had. Maar ik vermoedde dat haar zonen haar meteen bij zich hadden gehaald.

Ik bezocht haar kort nadien. Zij had effectief een week lang bij de oudste zoon gelogeerd na de feiten. Ze was verloren. Haar man was steeds haar steunpilaar geweest: een sterk karakter met een oplossing voor alles. Eigenlijk was ze ook boos op hem: “ Ik heb hem zo dikwijls gezegd dat hij zich moest laten nakijken” Hem kon precies niets overkomen!”

Zo ondervond ik het nog dikwijls in de praktijk. De traditionele idee over de noodzakelijk, verwachte mannelijke heldhaftigheid deed sommige mannen medisch de das om. Ik geef toe: vrouwen klagen en zagen misschien meer over prullaria. Zijn waarschijnlijk ook sneller ongerust. Maar mannen wachten soms zo lang om een dokter te raadplegen, soms te lang.

In mijn praktijk zag ik veel meer vrouwen dan mannen over de vloer komen. Niet alleen omwille van een zwakkere gezondheid (het tegendeel is wel bewezen). Niet alleen omdat ik een vrouwelijke arts ben. Maar ook een beetje omwille van deze “straffe mannen” ideologie?

zaterdag 6 januari 2018

Nieuwjaar - een flashback naar het begin van het jaar 2001 ...

Het is nog niet te laat: Gelukkig Nieuwjaar en ja: een goede gezondheid! Het was weer druk, druk, druk... Feesten, eten,cadeautjes... Voor mij ook een tijd om te mijmeren, te plannen, te herinneren ... Het jaar 2000 was een jaar waar iedereen naar uitkeek. De wisseling naar 2001 was de start van een vreselijk jaar voor mij.

 

Alles is relatief, maar toch. Het begon echt niet goed. Een goede vriend en collega overleed. Een huisarts met wie we tot dan (een 25tal jaar) enorm goed  hadden samengewerkt. Die ons als “ bleutjes” met open armen had ontvangen in zijn werkgebied. Ik herinner me dat we ons gingen voorstellen als nieuwe collega’s (in de jaren ‘70 was dit nog de ongeschreven gewoonte). Bij vele artsen kregen we de schampere opmerking: “ Wat komen jullie hier doen? Met twee artsen nog wel? Eigenlijk is hier geen plaats!” We dropen met een klein hartje af, ontgoocheld. Bij onze vriend, collega, was het heel anders. We kregen er een glaasje wijn en een warm onthaal. We maakten onmiddellijk afspraken over collegiaal werken, mekaar vervangen als nodig enz. Het werden leuke jaren van vanzelfsprekende samenwerking tot het lot toesloeg. We zagen hem zo weghebben in zijn ziek zijn. Ondanks dat hij, zelf dokter, zeker de fatale afloop van zijn ziekte al eerder kende, kloeg hij nooit. Hij verborg zijn ziekte zo lang mogelijk en werkte tot hij er bijna letterlijk bij viel. Het was een groot verlies.

Dan was er de overgang naar de Euro. Oh ramp! De eerste maanden liepen we rond met twee geldbeugels. Onze oudere patiënten waren helemaal de kluts kwijt, lieten ons zelf wisselgeld uit hun portemonnee nemen om dan te besluiten dat de huisbezoeken toch wel heel duur geworden waren.
 
Daar bovenop kwam de volledige digitalisering van onze praktijk. Een hele ommekeer in de administratie. Maar als we met de tijd mee wilden zijn, moest het gewoon.

We hadden er ons al een tijd op voorbereid met fiches van de trouwe patiënten, waarop de meest belangrijke gegevens waren genoteerd zoals: adres, antecedenten, allergieën, vaccinaties, huidige medicatie... zodanig dat dit klaar was om in het elektronisch dossier op te slaan zonder verder zoekwerk. Toch kostte de hele ommekeer ons een volledig jaar extra uren werk en vele momenten van paniek. We waren namelijk volledig “leek” op gebied van computers!” Dan was de PC geblokkeerd. Dan konden we niet meer in het programma. Dan dachten we dat we de hele boel hadden gedeletet. De mannen van het computerprogramma vloekten ook. Uren hebben ze bij ons gespendeerd om het systeem optimaal te laten functioneren.

Het eindresultaat was wel geweldig: alle patiënten stonden alfabetisch gerangschikt met al hun essentiële gegevens. Uitslagen van labo en ziekenhuizen werden elektronisch geïntegreerd in hun dossier. Super! Geen klasseerwerk meer! In ons klein handcomputertje konden we aan huis de consultatie inbrengen, uitslagen raadplegen en bij thuiskomst inpluggen zodanig dat ook die gegevens werden opgenomen in de hoofd computer.
 
Het werd een jaar van grote emoties en veranderingen en er stonden er nog vele aan te komen.

zondag 26 november 2017

Doodgaan is de schuld van de dokter, niet?

Mensen gaan dood. Jammer, maar onvermijdelijk... In de jaren 80 stelde niemand het overlijden van een zieke in vraag. De familie accepteerde het verdict van de dokter. Als je zei dat er niets meer kon gedaan worden voor de patiënt, berustte de familie meestal in je oordeel.

Als er anno 2000 een chronische patiënt overlijdt, duik je als huisarts in je dossier om toch zeker te zijn dat je in geen geval iets over het hoofd hebt gezien, dat je geenszins deze afloop had kunnen vermijden. Het wordt wel degelijk af en toe geïnsinueerd door de familie. Je moet alles goed kunnen uitleggen en verklaren.


Mensen die lijden aan een aandoening en die intussen onderhuids een tweede ziekte ontwikkelen met vrijwel gelijkaardige symptomen, hebben niet altijd zoveel geluk. Een toename van hun klachten schrijven ze toe aan een verergering van ziekte nummer één, waar eigenlijk intussen ziekte nummer twee zich stiekem installeert. En dan plots krijgen ze een probleem dat helemaal niet meer past bij hun gekende ziekte.
Het laattijdig tevoorschijn komen van zo’n “bizar” symptoom kan een ongelukkige afloop tot gevolg hebben, ondanks zorgvuldige follow-up en specialistische tussenkomsten, ondanks het jaar 2000.

Elke dokter, zowel huisarts als specialist, zal wel eens op die manier een patiënt hebben weten overlijden.
En hoewel zo’n dramatische afloop natuurlijk het ergste is voor de patiënt en zijn of haar familie, als arts lijd je daar ook onder.

Zo was er meneer F. Hij leed al jaren aan lage rugpijn. In het begin zag hij zijn huisarts geregeld. De orthopedist had hem meerdere keren grondig onderzocht en radiologisch onderzoek laten doen. De laatste scanner dateerde van amper 2 jaar geleden. Het resultaat duidde op artrose. Voor hem was het duidelijk. “Hij moest ermee leren leven. Hij was ook al 72! Hij had zijn leven lang getuinierd en dat had zo zijn gevolgen.” Sindsdien beweerde hij dat als hij wat meer pijn kreeg dat te wijten was aan het slechte weer of omdat hij weer eens teveel gegraven had in zijn tuin.

Maar op een dag plaste hij bloed … Voor iedere aandachtige mens is dit een alarmsymptoom. En toen zag ik hem voor het eerst. Zijn vaste huisarts was met verlof en zijn vrouw kwam geregeld bij mij. Vandaar!

Bij urineonderzoek was duidelijke hematurie( bloed wateren) aanwezig maar zonder infectie. Zijn buik voelde normaal aan en zijn prostaat was niet beduidend vergroot voor zijn leeftijd. Ten andere zijn jaarlijkse screening had recent een vrij normale PSA waarde gegeven. Hij vertelde me over zijn rugproblemen en in combinatie met zijn urinaire klachten betastte ik ook de nierloges. Rechts was die behoorlijk gevoelig. Ik verwees hem naar de echografie en daar zag men een kleine onregelmatige “vlek”: een niergezwel, met vermoeden van kwaadaardigheid.
Het is bekend dat een niertumor soms zeer verrassend kan zijn, pas laattijdig symptomen geeft en soms per toeval ontdekt wordt.

Zijn trouwe huisarts had het er moeilijk mee.
“Hadden de langdurige rugklachten van deze man er al iets mee te maken? Moest er al eerder aan een andere oorzaak gedacht zijn? Moest hij nog meer onderzoeken gekregen hebben? Moest... Moest...Moest...?”

Rugpijn is zo’n frequente klacht en een niergezwel eerder uitzonderlijk. Daarenboven had de man nooit eerder een urinaire klacht vermeld. Door toeval was er plots dat pijnloze bloedverlies. Vermoedelijk een doorgroei van het gezwelletje in een nierkelk. Meneer F. leefde er nog een paar jaar mee maar overleed uiteindelijk aan deze kanker.

Als gewetensvolle en begane arts is zo een ziektegeschiedenis zeer frustrerend maar je kan jammer genoeg niet alles voorkomen. En het klinkt misschien raar, maar het is ook een kunst om als arts het verlies van een patiënt te verwerken. Als je met een begripvolle familie te maken hebt, die inziet dat het om een complexe problematiek gaat, helpt het enorm.

maandag 30 oktober 2017

Als er zich meer dan één ernstige aandoening gelijktijdig voordoet ...

Als er zich langzaam, vrijwel ongemerkt, meer dan één ernstige aandoening gelijktijdig voordoet, heb je brute pech als patiënt. Voor de huisarts ben je een grote zorg, een moeilijk “geval”, een misleidende puzzel. Er moet een sterke vertrouwensband zijn tussen arts en patiënt of de relatie overleeft het complexe probleem niet… Gelukkig komen deze situaties niet al te frequent voor, maar toch…

Meneer V.D.B. vroeg op een maandagochtend een dringend consult aan. Het is te zeggen: zijn vrouw belde me. Hij lag stilletjes en bleek op de zetel en had net overgegeven. “Het was zijn maag weer“, zei hij. “Hij had gisteren een zwaar diner gehad tijdens een familiefeest. Het was hem niet goed bekomen!” In het verleden had hij al een maagzweer gehad en “hij herkende de pijn”, zo vertelde hij. De laatste maanden had hij veel stress gehad en was hierdoor ook nog herbegonnen met roken. Redenen genoeg dus om een herval van zijn maagproblematiek uit te lokken.

Bij onderzoek was zijn epigastrium (midden van bovenbuik) zo gevoelig, dat ik zelfs een maagperforatie mogelijk achtte. Des te meer omdat hij begon te zweten en neiging had tot syncope (flauwvallen), misschien door een maagbloeding? Het was duidelijk niet verantwoord om zomaar blindelings zware maagzuurremmers op te starten. Hij moest spoedig opgenomen worden want daarenboven begon bij mij een lichtje te branden dat zijn klachten mogelijks alléén of mede van cardiale oorsprong konden zijn.

Een week later kwam hij terug uit het ziekenhuis met het verdict. De artsen hadden inderdaad een groot, bloedend maagulcus ontdekt maar eveneens een verstopping in één van de coronairen, vermoedelijk reeds chronisch aanwezig. De combinatie van angor (angina pectoris) en maaglijden hadden hem zo ellendig gemaakt. Nu kreeg hij een hoge dosis van een PPI derivaat voor zijn maag, een cholesterolverlager, een minimale dosis omkapselde aspirine, een dieet, een rookverbod én de boodschap dat binnen een aantal weken een ingreep zou moeten gebeuren om de hartarterie open te maken via de lies. Hiervoor moest zijn bloed te sterk verdund worden en dit zou op het huidige moment te gevaarlijk zijn gezien zijn ernstig maagletsel.

De man was enigszins opgelucht dat de oorzaken van zijn ongemak waren gedetecteerd nog voor er een ergere catastrofe, bijvoorbeeld een infarct, was gebeurd. Nog geen week later echter, kreeg ik opnieuw een paniekerige oproep van zijn vrouw, dat haar man opnieuw een “crisis” deed en “dat het nog veel erger was dan de vorige keer! Dat kon toch niet! Hij was nu toch in behandeling,” zei ze. Er klonk angst, boosheid en wantrouwen door mekaar in haar stem. Ik haastte me ernaartoe en zag opnieuw een grauwe, doodzieke man met hevige pijn hoog in zijn buik. Hij had al gebraakt en kon het niet meer houden van de pijn. Deze keer was zijn abdomen nochtans niet echt gevoelig. Het eigenaardige was dat de pijn deze ook meer naar de rug uitstraalde. Alleszins aarzelde ik niet om hem stante pede terug te sturen naar het ziekenhuis.
 
“Was zijn maagzweer toch gesprongen? Deed hij toch een infarct? Of …was er nog meer aan de hand?” Ergens leek zijn ziektebeeld nu op dat van een niersteen. Maar dit kon toch niet waar zijn!? Jawel : Meneer V.D.B. bleek een ingeklemde niersteen te hebben in zijn linker ureter! Dat had niemand kunnen voorzien of voorkomen. Het was wel ontstellende vaststelling maar voor mijn patiënt met zijn drie kwalen kwam het gelukkig goed.

zondag 24 september 2017

Af en toe, een zeldzame keer wenste ik dat ik geen dokter was!


Toen, die keer met Eef.

Ze was een jonge vrouw met twee kinderen. Eén van vijf en één van twee jaar. Ze had gemerkt dat ze niet goed zag uit haar rechteroog en had de laatste tijd regelmatig eens hoofdpijn. Dat had ze aan vermoeidheid geweten. Toch was er iets dat haar ongerust maakte en naar de raadpleging dreef.


Het was meteen duidelijk dat een verder onderzoek was aangewezen maar ik kon het niet laten al zelf een paar klinische en neurologische testen te doen. De éénzijdige aantasting van een zintuig wekte mijn bezorgdheid. Hart, longen en bloeddruk waren normaal.
Bij het lichtjes drukken op de oogbollen kloeg ze van pijn aan de rechterkant. En bij het uitvoeren van de evenwichtstesten constateerde ik ook een asymmetrische reactie.
         
Was er echt meer aan de hand of sloeg mijn vijfde zintuig op hol? Het is als arts nodig om alle mogelijke pathologieën te kennen. Automatisch passeren ze de revue in je brein, maar het is evenzeer nodig met de voeten op de grond te blijven.
Ik stuurde haar door voor bijkomende onderzoeken: een bloedanalyse, consultatie bij ophtalmoloog en neuroloog. Deze laatste liet een NMR maken. En daar viel het verdikt : een astrocitoom. Een uitgebreide, vertakte, kwaadaardige hersentumor.
 
Voor mij was deze vrouw op voorhand al gedoemd om te sterven. Was ik maar geen dokter! Dan had ik haar gedrevenheid om te vechten meer kunnen aanmoedigen.


Na een periode van wanhoop en ongeloof in de prognostiek die haar was verteld, kreeg ze een boost van energie en strijdvaardigheid. "Zij zou niet opgeven! Ze zou alle therapieën doorlopen die haar voorgesteld werden: operaties, radiotherapie...tot nieuwe experimentele medicatie." Ze had er alles voor over...

maandag 21 augustus 2017

Eens dokter, altijd (en overal) dokter

Eens je het label “dokter” hebt gekregen (bekomen hebt na hard labeur), blijf je dokter tot ter dood. Het is zoals mama of papa worden. Je krijgt eigenlijk “levenslang”. En dat leidt soms tot vreemde, verrassende, soms hartverscheurende situaties…

Zo gebeurde het dat tijdens de plechtigheid van het vormsel van onze dochter in de parochiekerk, waar de bisschop speciaal voor aanwezig was, plots haar vriendinnetje van de trede viel aan het altaar. Ze was onwel geworden door een combinatie van stress, lang rechtstaan en de muffe lucht in de kerk door de wierook.
Ze had een sneetje opgelopen ter hoogte van het voorhoofd en op de kortste tijd liep het bloed van haar voorhoofd over haar neus, kin en tot overmaat van ramp over haar mooie, witte pij.
Het wondje op zich was niet zo erg , maar dat witte kleed!!!
De traantjes mengden zich al snel met het bloed en maakten het nog zieliger.

Het werd een jobje voor ons. 
In de sacristie van de kerk achteraan werd snel een tafel ingericht als mini-ziekenbed. Onze urgentie-trousse stak in die tijd meestal in de koffer van de wagen en in het geïmproviseerde “operatiekwartier” heb ik het meisje “opgelapt”. Het sneetje kon met een paar draadjes onder de haargrens gehecht worden en haar kleed werd zo goed als mogelijk proper gedept. Ze kon net op tijd nog de zegen krijgen van de bisschop!

Ik vergeet ook nooit het concert in het college van onze zoon.
Het koor deed zijn jaarlijkse optreden. Er gebeurde iets gelijkaardig. De atmosfeer was ook zeer vergelijkend. Drukte, warmte, stress voor de kinderen. Alle ingrediënten voor een syncope. En ja: ééntje ging tegen de vloer.
 “Is er een dokter in de zaal?”
Met vier stonden we recht. Hier ontsnapte ik per “ongeluk” aan de opdracht , want één van de artsen zat veel dichter bij het slachtoffer dan ik en heeft zich over de jongen ontfermd in de coulissen van de zaal.

Het meest indrukwekkende incident overkwam ons aan zee op vakantie. Een kindje was blijkbaar uit zijn buggy losgeraakt en de grote baan overgelopen. Hij had zijn papa aan de overkant zien staan… De kleine werd meegesleurd door een wagen en was ongelooflijk ernstig verwond. Men kwam ons halen om de ouders naar het ziekenhuis te begeleiden. De uitzichtloze reanimatie werd stopgezet. Het was hartverscheurend. Het kindje is overleden. We voelden ons mee betrokken. Een vreselijk dramatische gebeurtenis.

Recent nog zat ik met mijn echtgenoot op het vliegtuig naar een vakantiebestemming. Het was heel warm en plots riep een airhostess: “Is er een dokter aanwezig?” We veerden samen recht. Dit moest ons ooit overkomen!
Vooraan in het vliegtuig was iemand ziek geworden. De man zag er bleek en grauw uit, was zweterig en moeilijk aanspreekbaar. Hoe ernstig was het? We waren eigenlijk geen actief arts meer, hadden geen enkel instrument bij ons. 
Alle passagiers waren gealarmeerd en op een wip stond de gang vol benieuwde mensen. Iedereen was bekommerd, wou meer weten, kijken, helpen… Het was snel duidelijk dat het ging om een syncope bij een vrij jonge persoon, die voortgaande op het verhaal van zijn vrouw, nog veel gegeten had kort voor het opstijgen, gemakkelijk wagenziek werd en al eerder syncopaal geworden was bij indigestie. Toch was dit banale incident veel indrukwekkender dan op de begane grond, thuis of in het cabinet. In deze gesloten ruimte was het voor de patiënt niet makkelijk. Hij kon met moeite plat gelegd worden om te herstellen. De benauwende atmosfeer kon niet verbeterd worden ondanks de airco. Zijn echtgenote was al bij het begin angstig en paniekerig aan het huilen. Voor ons was het ook niet niks. Bijna honderd procent zeker dat die man een indigestie deed met BD daling, maar een mini percentage kans bestaat altijd dat er cardiaal lijden onder zit. Wat als dit hier het geval was? Moesten we het vliegtuig doen landen omwille van die zeer kleine kans? Wie zou voor de kosten opdraaien indien zou blijken dat het niet nodig was? Maar wat als later zou blijken dat er toch een onderliggende ernstige medische oorzaak lag aan zijn onwel worden?
Zo ben je nooit gerust.