zaterdag 5 januari 2019
zondag 4 februari 2018
Mannen zijn sterk ... of toch niet altijd?
Vandaag zat er een doodsbrief in mijn bus. Help! Het was van een patiënt. Weliswaar geen wekelijkse of zelfs maandelijkse patiënt, maar zijn vrouw zag ik wel om de twee maanden aan huis voor haar medicatie tegen bloeddruk en diabetes.
Die moest op regelmatige basis gecontroleerd worden. Zij was een vrij obese vrouw, zeer zenuwachtig en altijd bekommerd. Het waren zestigers.Telkens ik er kwam riep ze er even haar man bij en vroeg ze hem of hij zich ook niet even wou laten onderzoeken. Hij vond het steeds overbodig. Hij was een onbezorgde levensgenieter.“ Hij was gezond” zei hij. Eenmaal per jaar wou hij wel eens zijn bloed laten trekken. Ik profiteerde er dan van om hem ook eens klinisch onder de loepen te nemen. Telkens hij dan vernam dat het resultaat goed was, keek hij glunderend naar zijn echtgenote: “Zie je wel, je hoeft je zo niet druk te maken!”
Nu was hij dood!!
Ik herinnerde mij dat hij me in het voorjaar
vertelde, terwijl hij me buitenliet,(!) dat hij even niet goed was geweest:
twee nachten had hij overgegeven. Hij was toen op een week vijf kilo
afgevallen, maar: “ Dat kwam me goed uit” zei hij. “ Ik had toch nog
overgewicht van de feestdagen.” En zo was de kous weer af! Ik had hem toen nog
aangemaand om zijn jaarlijks onderzoek te vervroegen en bij een volgende visite
al af te spreken. Maar dat was allemaal niet nodig:“ Waarom waren die vrouwen
altijd zo snel ongerust?” Bij mijn volgend bezoek was hij net afwezig.
(Bewust??)
Ik was ontzet van het bericht. Versteld ook
en wat teleurgesteld dat zijn vrouw mij niet eerder gecontacteerd had. Maar ik
vermoedde dat haar zonen haar meteen bij zich hadden gehaald.
Ik bezocht haar kort nadien. Zij had
effectief een week lang bij de oudste zoon gelogeerd na de feiten. Ze was
verloren. Haar man was steeds haar steunpilaar geweest: een sterk karakter met
een oplossing voor alles. Eigenlijk was ze ook boos op hem: “ Ik heb hem zo
dikwijls gezegd dat hij zich moest laten nakijken” Hem kon precies niets
overkomen!”
Zo ondervond ik het nog dikwijls in de praktijk.
De traditionele idee over de noodzakelijk, verwachte mannelijke heldhaftigheid
deed sommige mannen medisch de das om. Ik geef toe: vrouwen klagen en zagen
misschien meer over prullaria. Zijn waarschijnlijk ook sneller ongerust. Maar
mannen wachten soms zo lang om een dokter te raadplegen, soms te lang.
In mijn praktijk zag ik veel meer vrouwen dan
mannen over de vloer komen. Niet alleen omwille van een zwakkere gezondheid (het tegendeel is wel bewezen). Niet alleen omdat ik een vrouwelijke arts ben.
Maar ook een beetje omwille van deze “straffe mannen” ideologie?
zaterdag 6 januari 2018
Nieuwjaar - een flashback naar het begin van het jaar 2001 ...
Het is nog niet te laat: Gelukkig Nieuwjaar en ja: een goede gezondheid! Het was weer druk, druk, druk... Feesten, eten,cadeautjes... Voor mij ook een tijd om te mijmeren, te plannen, te herinneren ... Het jaar 2000 was een jaar waar iedereen naar uitkeek. De wisseling naar 2001 was de start van een vreselijk jaar voor mij.
Dan was er de overgang naar de Euro. Oh ramp! De eerste maanden liepen we rond
met twee geldbeugels. Onze oudere patiënten waren helemaal de kluts kwijt,
lieten ons zelf wisselgeld uit hun portemonnee nemen om dan te besluiten dat de
huisbezoeken toch wel heel duur geworden waren.
Daar bovenop kwam de volledige digitalisering van onze praktijk. Een hele ommekeer in de administratie. Maar als we met de tijd mee wilden zijn, moest het gewoon.
We hadden er ons al een tijd op voorbereid
met fiches van de trouwe patiënten, waarop de meest belangrijke gegevens waren
genoteerd zoals: adres, antecedenten, allergieën, vaccinaties, huidige
medicatie... zodanig dat dit klaar was om in het elektronisch dossier op te
slaan zonder verder zoekwerk. Toch kostte de hele ommekeer ons een volledig
jaar extra uren werk en vele momenten van paniek. We waren namelijk volledig
“leek” op gebied van computers!” Dan was de PC geblokkeerd. Dan konden we niet
meer in het programma. Dan dachten we dat we de hele boel hadden gedeletet. De
mannen van het computerprogramma vloekten ook. Uren hebben ze bij ons gespendeerd
om het systeem optimaal te laten functioneren.
Het eindresultaat was wel geweldig: alle
patiënten stonden alfabetisch gerangschikt met al hun essentiële gegevens.
Uitslagen van labo en ziekenhuizen werden elektronisch geïntegreerd in hun
dossier. Super! Geen klasseerwerk meer! In ons klein handcomputertje konden we
aan huis de consultatie inbrengen, uitslagen raadplegen en bij thuiskomst
inpluggen zodanig dat ook die gegevens werden opgenomen in de hoofd computer.
Het werd een jaar van grote emoties en
veranderingen en er stonden er nog vele aan te komen.
zondag 26 november 2017
Doodgaan is de schuld van de dokter, niet?
Mensen gaan dood. Jammer, maar onvermijdelijk...
In de jaren 80 stelde niemand het overlijden van een zieke in vraag. De familie
accepteerde het verdict van de dokter. Als je zei dat er niets meer kon gedaan
worden voor de patiënt, berustte de familie meestal in je oordeel.
Als er anno 2000 een chronische patiënt
overlijdt, duik je als huisarts in je dossier om toch zeker te zijn dat je in
geen geval iets over het hoofd hebt gezien, dat je geenszins deze afloop had
kunnen vermijden. Het wordt wel degelijk af en toe geïnsinueerd door de
familie. Je moet alles goed kunnen uitleggen en verklaren.
Mensen die lijden aan een aandoening en die
intussen onderhuids een tweede ziekte ontwikkelen met vrijwel gelijkaardige
symptomen, hebben niet altijd zoveel geluk. Een toename van hun klachten
schrijven ze toe aan een verergering van ziekte nummer één, waar eigenlijk
intussen ziekte nummer twee zich stiekem installeert. En dan plots krijgen ze
een probleem dat helemaal niet meer past bij hun gekende ziekte.
Het laattijdig tevoorschijn komen van zo’n
“bizar” symptoom kan een ongelukkige afloop tot gevolg hebben, ondanks
zorgvuldige follow-up en specialistische tussenkomsten, ondanks het jaar 2000.
Elke dokter, zowel huisarts als specialist,
zal wel eens op die manier een patiënt hebben weten overlijden.
En hoewel zo’n dramatische afloop natuurlijk
het ergste is voor de patiënt en zijn of haar familie, als arts lijd je daar
ook onder.
Zo was er meneer F. Hij leed al jaren aan
lage rugpijn. In het begin zag hij zijn huisarts geregeld. De orthopedist had
hem meerdere keren grondig onderzocht en radiologisch onderzoek laten doen. De
laatste scanner dateerde van amper 2 jaar geleden. Het resultaat duidde op
artrose. Voor hem was het duidelijk. “Hij moest ermee leren leven. Hij was ook
al 72! Hij had zijn leven lang getuinierd en dat had zo zijn gevolgen.”
Sindsdien beweerde hij dat als hij wat meer pijn kreeg dat te wijten was aan
het slechte weer of omdat hij weer eens teveel gegraven had in zijn tuin.
Maar op een dag plaste hij bloed … Voor
iedere aandachtige mens is dit een alarmsymptoom. En toen zag ik hem voor het
eerst. Zijn vaste huisarts was met verlof en zijn vrouw kwam geregeld bij mij.
Vandaar!
Bij urineonderzoek was duidelijke hematurie(
bloed wateren) aanwezig maar zonder infectie. Zijn buik voelde normaal aan en
zijn prostaat was niet beduidend vergroot voor zijn leeftijd. Ten andere zijn
jaarlijkse screening had recent een vrij normale PSA waarde gegeven. Hij
vertelde me over zijn rugproblemen en in combinatie met zijn urinaire klachten
betastte ik ook de nierloges. Rechts was die behoorlijk gevoelig. Ik verwees
hem naar de echografie en daar zag men een kleine onregelmatige “vlek”: een
niergezwel, met vermoeden van kwaadaardigheid.
Het is bekend dat een niertumor soms zeer
verrassend kan zijn, pas laattijdig symptomen geeft en soms per toeval ontdekt
wordt.
Zijn trouwe huisarts had het er moeilijk mee.
“Hadden de langdurige rugklachten van deze
man er al iets mee te maken? Moest er al eerder aan een andere oorzaak gedacht
zijn? Moest hij nog meer onderzoeken gekregen hebben? Moest...
Moest...Moest...?”
Rugpijn is zo’n frequente klacht en een
niergezwel eerder uitzonderlijk. Daarenboven had de man nooit eerder een
urinaire klacht vermeld. Door toeval was er plots dat pijnloze bloedverlies.
Vermoedelijk een doorgroei van het gezwelletje in een nierkelk. Meneer F.
leefde er nog een paar jaar mee maar overleed uiteindelijk aan deze kanker.
Als gewetensvolle en begane arts is zo een
ziektegeschiedenis zeer frustrerend maar je kan jammer genoeg niet alles
voorkomen. En het klinkt misschien raar, maar het is ook een kunst om als arts
het verlies van een patiënt te verwerken. Als je met een begripvolle familie te
maken hebt, die inziet dat het om een complexe problematiek gaat, helpt het
enorm.
maandag 30 oktober 2017
Als er zich meer dan één ernstige aandoening gelijktijdig voordoet ...
Als er zich
langzaam, vrijwel ongemerkt, meer dan één ernstige aandoening gelijktijdig voordoet,
heb je brute pech als patiënt. Voor de huisarts ben je een grote zorg, een
moeilijk “geval”, een misleidende puzzel. Er moet een sterke vertrouwensband zijn
tussen arts en patiënt of de relatie overleeft het complexe
probleem niet… Gelukkig
komen deze situaties niet al te frequent voor, maar toch…
Meneer V.D.B.
vroeg op een maandagochtend een dringend consult aan. Het is te zeggen: zijn
vrouw belde me. Hij lag stilletjes en bleek op de zetel en had net overgegeven.
“Het was zijn maag weer“, zei hij. “Hij had gisteren een zwaar diner gehad
tijdens een familiefeest. Het was hem niet goed bekomen!” In het verleden had
hij al een maagzweer gehad en “hij herkende de pijn”, zo vertelde hij. De
laatste maanden had hij veel stress gehad en was hierdoor ook nog herbegonnen
met roken. Redenen genoeg dus om een herval van zijn maagproblematiek uit te
lokken.
Bij onderzoek
was zijn epigastrium (midden van bovenbuik) zo gevoelig, dat ik zelfs een maagperforatie
mogelijk achtte. Des te meer omdat hij begon te zweten en neiging had tot
syncope (flauwvallen), misschien door een maagbloeding? Het was duidelijk niet
verantwoord om zomaar blindelings zware maagzuurremmers op te starten. Hij
moest spoedig opgenomen worden want daarenboven begon bij mij een lichtje te
branden dat zijn klachten mogelijks alléén of mede van cardiale oorsprong
konden zijn.
Een week
later kwam hij terug uit het ziekenhuis met het verdict. De artsen hadden
inderdaad een groot, bloedend maagulcus ontdekt maar eveneens een verstopping
in één van de coronairen, vermoedelijk reeds chronisch aanwezig. De combinatie
van angor (angina pectoris) en maaglijden hadden hem zo ellendig gemaakt. Nu
kreeg hij een hoge dosis van een PPI derivaat voor zijn maag, een
cholesterolverlager, een minimale dosis omkapselde aspirine, een dieet, een rookverbod én
de boodschap dat binnen een aantal weken een ingreep zou moeten gebeuren om de
hartarterie open te maken via de lies. Hiervoor moest zijn bloed te sterk
verdund worden en dit zou op het huidige moment te gevaarlijk zijn gezien zijn
ernstig maagletsel.
De man was
enigszins opgelucht dat de oorzaken van zijn ongemak waren gedetecteerd nog
voor er een ergere catastrofe, bijvoorbeeld een infarct, was gebeurd. Nog geen
week later echter, kreeg ik opnieuw een paniekerige oproep van zijn vrouw, dat haar
man opnieuw een “crisis” deed en “dat het nog veel erger was dan de vorige
keer! Dat kon toch niet! Hij was nu toch in behandeling,” zei ze. Er klonk
angst, boosheid en wantrouwen door mekaar in haar stem. Ik haastte me ernaartoe
en zag opnieuw een grauwe, doodzieke man met hevige pijn hoog in zijn buik. Hij
had al gebraakt en kon het niet meer houden van de pijn. Deze keer was zijn
abdomen nochtans niet echt gevoelig. Het eigenaardige was dat de pijn deze ook
meer naar de rug uitstraalde. Alleszins aarzelde ik niet om hem stante pede
terug te sturen naar het ziekenhuis.
“Was zijn maagzweer toch gesprongen? Deed
hij toch een infarct? Of …was er nog meer aan de hand?” Ergens leek zijn
ziektebeeld nu op dat van een niersteen. Maar dit kon toch niet waar zijn!? Jawel
: Meneer V.D.B. bleek een ingeklemde niersteen te hebben in zijn linker ureter!
Dat had niemand kunnen voorzien of voorkomen. Het was wel ontstellende
vaststelling maar voor mijn patiënt met zijn drie kwalen kwam het gelukkig
goed.
zondag 24 september 2017
Af en toe, een zeldzame keer wenste ik dat ik geen dokter was!
Toen, die keer met Eef.
Ze was een jonge vrouw met twee kinderen. Eén
van vijf en één van twee jaar. Ze had gemerkt dat ze niet goed zag uit haar
rechteroog en had de laatste tijd regelmatig eens hoofdpijn. Dat had ze aan
vermoeidheid geweten. Toch was er iets dat haar ongerust maakte en naar de
raadpleging dreef.
Het was meteen duidelijk dat een verder
onderzoek was aangewezen maar ik kon het niet laten al zelf een paar klinische en
neurologische testen te doen. De éénzijdige aantasting van een zintuig wekte
mijn bezorgdheid. Hart, longen en bloeddruk waren normaal.
Bij het lichtjes drukken op de oogbollen kloeg
ze van pijn aan de rechterkant. En bij het uitvoeren van de evenwichtstesten
constateerde ik ook een asymmetrische reactie. Was er echt meer aan de hand of sloeg mijn vijfde zintuig op hol? Het is als arts nodig om alle mogelijke pathologieën te kennen. Automatisch passeren ze de revue in je brein, maar het is evenzeer nodig met de voeten op de grond te blijven.
Ik stuurde haar door voor bijkomende onderzoeken: een bloedanalyse, consultatie bij ophtalmoloog en neuroloog. Deze laatste liet een NMR maken. En daar viel het verdikt : een astrocitoom. Een uitgebreide, vertakte, kwaadaardige hersentumor.
Voor mij was deze vrouw op voorhand al gedoemd om te sterven. Was ik maar geen dokter! Dan had ik haar gedrevenheid om te vechten meer kunnen aanmoedigen.
Na een periode van wanhoop en ongeloof in de
prognostiek die haar was verteld, kreeg ze een boost van energie en strijdvaardigheid.
"Zij zou niet opgeven! Ze zou alle therapieën doorlopen die haar
voorgesteld werden: operaties, radiotherapie...tot nieuwe experimentele medicatie."
Ze had er alles voor over...
maandag 21 augustus 2017
Eens dokter, altijd (en overal) dokter
Eens je het label “dokter” hebt gekregen (bekomen
hebt na hard labeur), blijf je dokter tot ter dood. Het is zoals mama of papa worden.
Je krijgt eigenlijk “levenslang”. En dat leidt soms tot vreemde,
verrassende, soms hartverscheurende situaties…
Zo gebeurde het dat tijdens de plechtigheid van het
vormsel van onze dochter in de parochiekerk, waar de bisschop speciaal voor
aanwezig was, plots haar vriendinnetje van de trede viel aan het altaar. Ze was
onwel geworden door een combinatie van stress, lang rechtstaan en de muffe
lucht in de kerk door de wierook.Ze had een sneetje opgelopen ter hoogte van het voorhoofd en op de kortste tijd liep het bloed van haar voorhoofd over haar neus, kin en tot overmaat van ramp over haar mooie, witte pij.
Het wondje op zich was niet zo erg , maar dat witte kleed!!! De traantjes mengden zich al snel met het bloed en maakten het nog zieliger.
Het werd een jobje voor ons.
In de sacristie van de kerk achteraan werd snel een tafel ingericht als mini-ziekenbed. Onze urgentie-trousse stak in die tijd meestal in de koffer van de wagen en in het geïmproviseerde “operatiekwartier” heb ik het meisje “opgelapt”. Het sneetje kon met een paar draadjes onder de haargrens gehecht worden en haar kleed werd zo goed als mogelijk proper gedept. Ze kon net op tijd nog de zegen krijgen van de bisschop!
Ik vergeet ook nooit het concert in het college van
onze zoon.
Het koor deed zijn jaarlijkse optreden. Er
gebeurde iets gelijkaardig. De atmosfeer was ook zeer vergelijkend. Drukte,
warmte, stress voor de kinderen. Alle ingrediënten voor een syncope. En ja:
ééntje ging tegen de vloer.“Is er een dokter in de zaal?”
Met vier stonden we recht. Hier ontsnapte ik per “ongeluk” aan de opdracht , want één van de artsen zat veel dichter bij het slachtoffer dan ik en heeft zich over de jongen ontfermd in de coulissen van de zaal.
Het meest indrukwekkende incident overkwam ons aan zee op vakantie. Een kindje was blijkbaar uit zijn buggy losgeraakt en de grote baan overgelopen. Hij had zijn papa aan de overkant zien staan… De kleine werd meegesleurd door een wagen en was ongelooflijk ernstig verwond. Men kwam ons halen om de ouders naar het ziekenhuis te begeleiden. De uitzichtloze reanimatie werd stopgezet. Het was hartverscheurend. Het kindje is overleden. We voelden ons mee betrokken. Een vreselijk dramatische gebeurtenis.
Recent nog zat ik met mijn echtgenoot op het vliegtuig naar een vakantiebestemming. Het was heel warm en plots riep een airhostess: “Is er een dokter aanwezig?” We veerden samen recht. Dit moest ons ooit overkomen!
Vooraan in het vliegtuig was iemand ziek geworden. De man zag er bleek en grauw uit, was zweterig en moeilijk aanspreekbaar. Hoe ernstig was het? We waren eigenlijk geen actief arts meer, hadden geen enkel instrument bij ons.
Alle passagiers waren gealarmeerd en op een wip stond de gang vol benieuwde mensen. Iedereen was bekommerd, wou meer weten, kijken, helpen… Het was snel duidelijk dat het ging om een syncope bij een vrij jonge persoon, die voortgaande op het verhaal van zijn vrouw, nog veel gegeten had kort voor het opstijgen, gemakkelijk wagenziek werd en al eerder syncopaal geworden was bij indigestie. Toch was dit banale incident veel indrukwekkender dan op de begane grond, thuis of in het cabinet. In deze gesloten ruimte was het voor de patiënt niet makkelijk. Hij kon met moeite plat gelegd worden om te herstellen. De benauwende atmosfeer kon niet verbeterd worden ondanks de airco. Zijn echtgenote was al bij het begin angstig en paniekerig aan het huilen. Voor ons was het ook niet niks. Bijna honderd procent zeker dat die man een indigestie deed met BD daling, maar een mini percentage kans bestaat altijd dat er cardiaal lijden onder zit. Wat als dit hier het geval was? Moesten we het vliegtuig doen landen omwille van die zeer kleine kans? Wie zou voor de kosten opdraaien indien zou blijken dat het niet nodig was? Maar wat als later zou blijken dat er toch een onderliggende ernstige medische oorzaak lag aan zijn onwel worden?
Zo ben je nooit gerust.
Abonneren op:
Posts (Atom)






